Het verhaal van Laurens Reaalstraat 26, Utrecht

Voor de Laurens Reaalstraat 26 onderzochten wij het verhaal van de woning, de bewoners en de omgeving.

Het verhaal van Laurens Reaalstraat 26, Utrecht

v Chr - Prehistorie tot adel 

De eerste bewoning van Utrecht begon in de prehistorie. Na een Romeins fort komen de Franken en later creëren Angelsaksische missionarissen de burcht Trecht. In 1122 krijgt Utrecht stadsrechten en blijft t/m de 16de eeuw de grootste stad van het land. Het huidige Lombok is nog weiland maar er verschijnen vanaf de 18e eeuw enkele industrieën. Zoals: de houtzaagmolen De Ster, de beetwortel-suikerfabriek; later de Ned. Munt en een lood-pletterij. Arnoudina Loten van Doelen bezit de grond waar nu dit huis staat. Ze stamt af van Utrechtse families met adellijke komaf. Haar opa was burgermeester van Utrecht, haar zoon van Soest. Ze woonde vanaf 1845 op de Drift 25. Haar moeder Johanna Loten staat op dit portret uit 1815. 

1899 - Wijk in opbouw 

Na het overlijden van Arnoudina gaat de grond over naar haar dochter Cornelia. Zij zal het in 1899 verkopen aan de Utrechtse Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterrein. Hiervan koopt Willem van Lankeren, metselaar en bouwkundige, in 1903 een bouwterrein voor 8 huizen. De huidige nr 24 t/m 38. De wegen zijn dan al aangelegd, zie tekening. Willem is een telg van bouwontwikkelaars en politici uit Utrecht. De eerst bekende bewoner van nr 26 is N. Schoewert, ambtenaar in 1903. In 1906 verkoopt Willem nr 24 en 26 aan Simon Boer. Een koopman in brandstoffen maar later ook aardappelen. Hij woont op nr 24. Op nr 26 woont N. Wierenga, hoofd brievenbestellingen. Drie jaar later verkoopt Simon de woningen weer gezamenlijk. De nieuwe eigenaar zal hier niet wonen. 

1909 - Melk voor elk 

De nieuwe eigenaar is Laurentius Baas, van de melkzaak op Kwartelstraat 18, getrouwd met Cornelia de Groot en vader van 11. Als voorzitter van de melkslijters vereniging (UOMC) beleeft hij roerige jaren van melkschaarste, prijsoorlogen en melkverdunning. Zo krijgt de eigenaar van melkfabriek De Toekomst, op nr 23 in de straat, een gevangenisstraf voor het verdunnen van melk. Bewoners van nr 26 zijn: melkverkopers A. Jongerius, A. Den Hartog; stoker B. De Blaauw; schipper P. Meneven en kleermaker A. Diemel. In 1931 neemt Gerrit Terlouw, melkslijter, nr 24 en 26 over. Hij is getrouwd met Jannigje Slob, dochter van de UOMC secretaris. Op nr 26 woont bakker: M. Van ’t Veer en C. Van ’t Veer, secretaresse bij de Chr. Geheelonthouders. 

1947 - De gezellige arbeidersbuurt 

In 1947 kopen Paulus Kastelein, wederom: melkverkoper, en Teuntje van Gugten nr 24 en 26. Getrouwd vlak na de bevrijding en afkomstig uit Kamerik. Ze wonen op nr 24. Op nr 26 komen Van Straalen en Van Schaik wonen. Zij verliezen hier hun zoontje van 4 jaar oud. Een jaar later wordt een zoon geboren met de naam Gerardus. Verkoopadvertenties van racefietsen wijzen op een wielrenner in huis. In 1956 en 1958 trouwt eerst hun dochter H. en later hun zoon L.C.. Bij de buren worden in 1950 en 1952 dochters geboren. Ook wordt de zijgevel van nr 24 in deze tijd vernieuwd. Een dochter (M.) trouwt in 1965 met een straatgenoot op nr 10bis en zal daar gaan wonen. In 1978 verkopen Paulus en Teuntje nr. 24; nr. 26 houden ze nog aan. 

1978 - Migranten en renovatie 

Het volledige verhaal hangt bij de eigenaren thuis.


Ken jij het verhaal van jouw huis? Onderzoek het zelf met de bronnen en handleiding op dit blog.

Wat hulp nodig? Ga naar de webshop voor kant-en-klare oplossingen en doe-het-zelf producten.